Print columnartikel
Column
Diversiteit en inclusie? Vergeet de mbo’er niet
Wie het over diversiteit en inclusie heeft, denkt al snel aan thema’s als leeftijd, afkomst, gender of zichtbare en onzichtbare beperkingen. Terecht, want dat zijn belangrijke onderwerpen.
24 maart 2026 | 2 minuten lezen
FMN stelt dit jaar niet voor niets de vraag of we als vereniging en als vakgebied voldoende inclusief en divers zijn. Toch zou ik daar graag nog een perspectief aan toevoegen: opleidingsdiversiteit.
In facilitair werken mensen met verschillende achtergronden, ervaringen en opleidingsniveaus samen aan één doel. Juist daarom valt het mij op dat we in ons vakgebied vaak vanzelfsprekend denken en communiceren vanuit een hbo+ perspectief. Dat is begrijpelijk, want FMN is van oudsher sterk verbonden aan het hbo en aan strategische en tactische rollen. Maar als we diversiteit en inclusie serieus nemen, moeten we onszelf ook de vraag durven stellen: zien en horen we de mbo’er eigenlijk wel voldoende?
Het gaat om een aanzienlijke groep. In Nederland zijn er in schooljaar 2025–2026 ruim 467.000 mbo-studenten. Dertig procent volgt inmiddels een bbl-route, dus leren en werken gecombineerd. Daarnaast werken in Nederland ongeveer 3,8 miljoen mensen in mbo-beroepen. Het mbo is dus een groot en wezenlijk deel van de arbeidsmarkt.
Dat zie je ook terug in het facilitaire werkveld. Veel uitvoerende en coördinerende rollen draaien op mbo-vakmanschap. Toch is de vraag of we daar in onze informatievoorziening, loopbaanpaden en professionalisering altijd voldoende op aansluiten. Voor wie schrijven we onze artikelen, whitepapers en bijeenkomsten eigenlijk? Denken we na over bijscholing en doorgroeimogelijkheden voor mbo’ers? Hebben organisaties duidelijke functieprofielen en ontwikkelpaden voor mbo-opgeleide facilitaire professionals? Laten we in onze beeldvorming wel voldoende zien dat facilitair een vakgebied is waarin verschillende opleidingsroutes naast elkaar bestaan? En dat deze elkaar juist versterken?
Daar ligt wat mij betreft een mooie opdracht voor het werkveld, maar ook voor het onderwijs. Want ook daar moeten we eerlijk naar onszelf kijken. Hoe divers zijn onze opleidingen eigenlijk? Waar lukt het goed om verschillende achtergronden en leerwegen aan te spreken, en waar wordt het in hogere niveaus toch snel homogener? Inclusie vraagt niet alleen passend onderwijs, maar ook erkenning, perspectief en waardering voor verschillende talenten en routes.
Binnen het FMN Expertteam Aansluiting Onderwijs & Arbeidsmarkt zijn juist die verschillende perspectieven vertegenwoordigd. Het expertteam richt zich op de verbinding tussen onderwijs en werkveld, op betere aansluiting van curricula op de praktijk, op het toegankelijk maken van vakvernieuwende kennis en op betere doorstroom van mbo naar hbo, van hbo naar master en van onderwijs naar FM-partijen. Die doorstroom moet mogelijk zijn maar een mbo-diploma is op zichzelf ook volwaardig en waardevol. Ook wordt op dit moment gewerkt aan onderzoek naar studiekeuzegedrag en de positionering van FM-opleidingen, juist om de instroom in onze opleidingen beter te begrijpen en te versterken. Dat is hoopgevend, omdat het laat zien dat dit geen abstract gesprek is, maar een onderwerp waar we samen écht iets in kunnen veranderen.
Ook initiatieven zoals Skills Heroes laten zien hoeveel vakmanschap, trots en potentieel er op mbo-niveau zit. De facilitaire vakwedstrijden maken zichtbaar wat we soms zelf te snel normaal vinden: hoe breed het vak is, hoeveel competenties er nodig zijn en hoeveel talent er rondloopt. Maar dat vakmanschap zit niet alleen in wedstrijden. Mbo-studenten staan in de praktijk vaak in de frontlinie en zien als eerste waar iets niet werkt, of dat nu gaat om techniek die hapert, processen die in de praktijk anders lopen of afval dat toch niet volgens plan wordt gescheiden. Hun praktische blik is daarom van grote waarde. Als we inclusie serieus nemen, moeten we mbo’ers niet alleen vertellen wat er moet gebeuren, maar hen ook echt meenemen in het gesprek en in het nemen van besluiten.
Mijn pleidooi is daarom simpel: als we het bij FMN in 2026 over diversiteit en inclusie hebben, laten we het dan ook hebben over wie we meenemen in ons verhaal over het vak. Laten we hen niet als bijzaak zien, maar als wezenlijk onderdeel van een toekomstbestendige facilitaire sector. Want inclusief denken betekent ook: oog hebben voor verschillende routes naar hetzelfde vak. En erkennen dat de mbo’er in facilitair niet “ook nog bestaat”, maar al lang onmisbaar is.
Marco van den Berg
Expertteam Aansluiting Onderwijs & Arbeidsmarkt
